Ruim 3400 actieve en voormalige agrarische ondernemers en particulieren in het buitengebied saneerden in de periode van 2013 tot en met 2016 met steun van de provincies bijna vier miljoen vierkante meter asbestdak. Ze plaatsten in het kader van de regeling ‘Asbest eraf, zonnepanelen erop’ nieuwe daken met ruim 89 megawattpiek aan zonnepanelen terug. Omgerekend kunnen daarmee bijna 23.000 huishoudens van energie worden voorzien. Met de regeling hebben de twaalf provincies een impuls gegeven aan de opgave om in 2024 alle asbestdaken in Nederland verwijderd te hebben. Bovendien is een substantiële bijdrage geleverd aan het toepassen van hernieuwbare energie.

Vooral akkerbouwers en melkveehouders saneren asbestdak
De actieve agrarische ondernemers vormden de grootste groep gebruikers van de stimuleringsregeling. Ongeveer 22% van het totaal aantal aanvragen is gedaan door gestopte agrariërs of door particulieren in het buitengebied.
Veel aanvragen kwamen uit de akkerbouw en melkveehouderij. In de provincies met een sterke vertegenwoordiging van deze sectoren was de regeling het snelst uitgeput.

In totaal hebben de twaalf provincies ruim 19 miljoen euro besteed. De uitvoeringskosten bedroegen zo’n 7% daarvan. Een convenant tussen het Interprovinciaal Overleg (IPO) en het Rijk uit 2012 lag hieraan ten grondslag. De stimuleringsregeling van de twaalf provincies is eind 2016 beëindigd. Inmiddels is er een rijksregeling voor asbestsanering van kracht, waarbij de plaatsing van zonnepanelen geen voorwaarde is. De provincie Fryslân heeft met eigen middelen de regeling in aangepaste vorm verlengd, juist om de plaatsing van zonnepanelen in Friesland te stimuleren.

Voorbeeld voor toekomstige samenwerking
Tjisse Stelpstra, gedeputeerde voor milieu en energie in Drenthe: “De resultaten van de regeling ‘Asbest eraf, zonnepanelen erop’ laten zien waar een goede samenwerking tussen provincies toe kan leiden. De provincies hebben door slim combineren van de opgaven van asbestsanering en energietransitie, op beide fronten succes weten te boeken tegen lage uitvoeringskosten. Dat is een sprekend voorbeeld voor de rol die we ook de komende jaren in de energietransitie willen spelen”.